Raqs wa Risala, jaargang 6, nummer 34

raqswarisala-13-34

Een eigen dansstudio. Voor veel buikdansprofessionals is het een mooie droom, maar voor Petra Mansour kwam de droom uit. Er was wel wat werk aan, maar uiteindelijk was het dan zo ver. Een eigen studio, nota bene in haar eigen ouderlijk huis.

Waarom zou je een artiestennaam nemen? Peter Verzijl vroeg dat aan een aantal van onze collega’s en kreeg daarop interessante antwoorden.

Recensies deze keer over een documentaire en een roman. Het eerste is een uitstekende, al wat oudere documentaire over beeldvorming van mensen uit de Arabische wereld in films: “Reel Bad Arabs”. Stof tot nadenken voor iedereen die van het scheppen van een sfeer van duizend-en-één nacht zijn beroep heeft gemaakt. De roman speelt zich af in het Egypte van halverwege de vorige eeuw. De buikdanseres in het boek lijkt sprekend op Samia Gamal, maar toch is het boek niet de moeite waard.


Ook dit jaar was de redactie weer op het Tong Tong Festival. Met veel boeiende en inspirerende dansers en danseressen en een film over een ronggeng. Een controversieel onderwerp in Indonesië, maar ook voor Nederlandse buikdansprofessionals. Danseres Aafke de Jong was ook van de partij met optredens en workshops. In deze Raqs wa Risala schrijft ze over haar band met Balinese dans en over de wereld van de traditionele en de moderne dans op Bali.



Zijn we ons gevoel voor ritme kwijt? In dit nummer van Raqs wa Risala een pleidooi voor het herontdekken van het ritme in de oriëntaalse dans.

Veel leesplezier.

Judith Scheepstra
Hoofdredacteur